Als ik Rotterdam door de bril van een vakantie bekijk dan lijkt het net alsof de dingen best wel goed geregeld zijn.
Maar als ik naar Rotterdam kijk met de kennis die mij vroeger is aangeleerd dan zie ik een stad die het niet lukt om te verenigen en te groeien.
De vakantieblik
Wanneer je Rotterdam bekijkt alsof je er op bezoek bent, zie je:
een moderne skyline goed openbaar vervoer culturele plekken, horeca, evenementen een stad die “werkt” en vooruit wil
In die blik is Rotterdam efficiënt, internationaal en aantrekkelijk. Alles lijkt te kloppen.
De aangeleerde blik (structuur & macht)
Maar met de kennis die je vroeger hebt meegekregen — over samenleven, rechtvaardigheid, emancipatie en collectieve groei — zie je iets anders:
groepen die naast elkaar leven in plaats van mét elkaar groei die economisch zichtbaar is, maar sociaal niet landt beleid dat vaak managet in plaats van verbindt een stad die vernieuwt, maar mensen achterlaat
Dan voelt Rotterdam minder als een gemeenschap en meer als een optelsom van projecten, wijken en belangen.
De spanning zit hier:
Rotterdam is extreem goed in bouwen, optimaliseren en presenteren
maar structureel zwakker in verenigen, vertragen en luisteren
En dat wringt juist bij mensen die zijn opgegroeid met het idee dat vooruitgang:
gedeeld moet zijn menselijk moet blijven en gedragen moet worden door solidariteit
Je kijkt dus niet “negatiever” — je kijkt dieper.
De vakantieblik ziet het resultaat.
De aangeleerde blik ziet het systeem eronder.